engel

Thesaurus

engel:

hemelgeest
Vertalingen

engel

Engelangel, femaleangelange, séraphin, chérubinάγγελοςángelангелangeloملاكandělengelenkelianđeo天使천사engelaniołanjoängelเทวดาmelekthiên thần天使Ангел天使 (ˈɛŋəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. religie geest uit de hemel die eruitziet als een mens met vleugels een aartsengel
iemand die je uit de nood redt
2. iemand die heel lief en behulpzaam is Heb je de hele afwas voor me gedaan? Je bent een engel!