embargo

Vertalingen

embargo

embargoembargoεμπάργκοембаргоאמברגוembargoэмбаргоembargoembargoembargoembargoEmbargo (ɛmˈbɑrxo)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -'s
1. verbod om goederen aan een land te leveren om zo te protesteren tegen wat dat land doet of juist nalaat wapenembargo een embargo instellen een embargo opheffen
2. verbod aan journalisten om iets vóór een bepaald tijdstip te publiceren Er rust tot 20 september een embargo op dit regeringsrapport. de begroting onder embargo vrijgeven