eigenwijs

Thesaurus

eigenwijs:

eigenzinnig
Vertalingen

eigenwijs

entêté (ɛixə(n)ˈwɛis)
bijvoeglijk naamwoord
1. met de gewoonte nooit raad van anderen aan te nemen Je denkt het altijd beter te weten, doe toch niet zo eigenwijs.
2. grappig en een beetje uitdagend een eigenwijs poesje