eigen

Thesaurus

eigen:

inherent
Vertalingen

eigen

eigen, häuslichown, domestic, personal, properpropre, domestique, personnel, relatif à la maison, caractéristique (de), intime (avec), propre (à), individualité, même, particulierمُلْكَهvlastníegenδικό μουpropioomavlastitproprio自分自身の자기 자신의egenwłasnypróprioсобственныйegenที่เป็นของตัวเองkendicủa chính mình自己的 (ˈɛixə(n))
bijvoeglijk naamwoord
van jezelf Bemoei je met je eigen zaken! op eigen risico
Nederlands leren