| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.919.335 Bezoekers. |
|
ei |
0,01 sec. |
|
ei zn onz ei (-eren mv) [ɛi]
1 cel waaruit na bevruchting een embryo kan groeien;= eicel 2 product van een vogel een ei leggen een ei uitbroeden gebakken eieren met spek geklutste eieren een hardgekookt ei (zachtgekookt) eitje! makkelijke klus het ei van Columbus een verrassend simpele oplossing Dat is het hele eieren eten. zo simpel is het eieren voor je geld kiezen tevreden zijn met minder dan je eigenlijk had gewild je ei niet kwijt kunnen niet kunnen zeggen of doen wat je eigenlijk had gewild op eieren lopen heel voorzichtig te werk gaan Beter een half ei dan een lege dop. beter weinig dan niets met iemand nog een eitje te pellen hebben met iemand nog een lastig gesprek moeten voeren Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|