eetlepel

Thesaurus

eetlepel:

lepelopscheplepel,
Vertalingen

eetlepel

Löffel, Esslöffelspoon, tablespooncuillère, cuiller, cuiller (à soupe), cuiller à soupeمِلْعَقَةُ مائِدَةpolévková lžícespiseskeκουτάλι σούπαςcuchara de servir, cucharadaruokalusikkažlicacucchiaioテーブルスプーン테이블스푼spiseskjełyżka stołowacolher de sopaстоловая ложкаmatskedช้อนโต๊ะçorba kaşığıthìa to调羹, 汤匙湯匙כף (ˈetlepəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
lepel waar je bijvoorbeeld soep mee eet een afgestreken eetlepel maizena