eenheid

Thesaurus

eenheid:

uniemaat,
Vertalingen

eenheid

Einheit, Einer, Einigkeitunit, unityunité, unanimité, moduleunidadelemento, meccanismo, semplice, unitàوَحْدَةjednotkaenhedμονάδαyksikköjedinica単一体단위enhetjednostkaunidadeединицаenhetหน่วยüniteđơn vị个体 (ˈenhɛit)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -heden
1. hoeveelheid die je als standaard gebruikt om mee te tellen munteenheid eenheid van lengte het omrekenen van eenheden
2. zelfstandig onderdeel van een groter geheel een militaire eenheid
speciale afdeling van de Nederlandse politie die optreedt als er relletjes zijn
3. g,mv. samenhang die je niet kunt delen een sterke eenheid vormen de eenheid van lichaam en geest