| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.403.333 Bezoekers. |
|
afbreken |
0,03 sec. |
|
afbreken ww afbreken (brak af enk ovt; heeft afgebroken volt deelw) [ˈɑvbrekə(n)]
1 zorgen dat iets er niet meer is;= neerhalen een muur afbreken 2 voortijdig beëindigen onderhandelingen afbreken 3 door breken scheiden of gescheiden worden een stukje chocola afbreken De luifel brak plotseling af van de muur. een woord afbreken een lang woord aan het einde van de regel splitsen Thesaurus Vertalingen afbreken abbrechen, abpflügen, abreißen, aufbrechen, brechen, dividieren, einteilen, gliedern, in Mißkredit bringen, losreißen, pflücken, teilen, verteilen, zerlegen afbreken break, breakdown, breakoff, crydown, cut, cutaconnection, cutup, demolish, divide, pick, pluck, pulldown, pulltopieces, rundown, separate, share, stop, takedown, tearoff, writedown, pillory, suspend afbreken abaisser, abattre, aboyer à, arrêter, briser, cueillir, débiter, démolir, diviser, faire cesser, interrompre, partager, rompre, terminer, violer, (se) casser, casser, détacher, s'arrêter net, cesser, détruire, défaire afbreken dividir afbreken vomico Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|