| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.893.706.663 Bezoekers. |
een |
0,03 sec. |
|
|
een1 bn een [en] verbonden;= gelijk een zijn met de natuur een2 tw een [en] het cijfer 1 in één ruk één voor één stapten ze in één plus één is twee Ik ben een en al oor. ik luister heel goedals één man allemaal tegelijkhelemaal in je eentje helemaal alleen een3 lidw een [ən]
1 woord dat voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat zonder het precies aan te geven Wil je een boek of een cd voor je verjaardag? 2 een zekere Er heeft een mevrouw Jansen voor je gebeld. Er zaten een mensen in de zaal! er zaten veel mensen in de zaal Ik denk aan een Havel of een Mandela ik denk aan mensen als Havel of Mandela Vertalingen een a, an, one, break wind, cast, globe-trot een jeden, jedna, nějaký een en een yksi een jedan een 一, 一つ, 一つの een 1, 어떤 하나의, 한 사람 een jeden een en, man een คนหรือสิ่งที่ไม่เจาะจง, หนึ่ง een một Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|