dwingen

Vertalingen

dwingen

zwingenforce, compel, makeimposer, obliger, forcer, obliger à, contraindre (à), enfoncer, obliger (à), fairecompelir, forçar, obrigarвынудить, заставить, принуждатьيُجْبِرُ, يَجْعَلُ, القوةnutit, přiměttvang, tvinge, kraftεξαναγκάζω, υποχρεώνω, δύναμηhacer, obligar, fuerzapakottaanatjerati, prisilitifare, forzare, forzaさせる, 強いる, 力강요하다, 시키다tvingezmusić, życiefå någon att, tvinga, kraftบังคับ, สั่งให้ทำyaptırmak, zorlamakcưỡng ép, khiến ai đó使, 强制, силаכוח (ˈdwɪŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd dwong , voltooid deelwoord heeft gedwongen
door macht uit te oefenen zorgen dat iemand iets doet iemand tot aftreden dwingen De pijn dwong mij langzamer te gaan lopen.