dupe

Thesaurus

dupe:

pineutsigaar, lul,
Vertalingen

dupe

victim, deceivedone, deceivedpersonvictime, dupesacrificio (ˈdypə)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
nadeel hebben van (een specifieke oorzaak) de dupe zijn van de bezuinigingen