duim

Vertalingen

duim

Daumen, Zollthumb, inchpouceинчpulgada, pulgartuuma, peukalopolliceインチ, 親指cal, kciukţolдюйм, большой палец руки英寸, 拇指αντίχειρας, ίντσαpolegarإِبْهامُ الْيَدpalectommelfingerpalac엄지손가락tommeltummeนิ้วโป้งbaş parmakngón tay cái拇指 (dœym)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
kortste en dikste vinger van je hand op je duim zuigen
zorgen dat je de baas over iemand blijft
iets heel goed kennen
iets verzinnen
niets doen Niet met je duimen draaien, maar werken!
geen tegenstand meer bieden; verliezen in een wedstrijd de duimen moeten leggen