duf

Thesaurus

duf:

suf
Vertalingen

duf

dumpfig, moderig, dösig, verschlafenmouldy, musty, drowsy, muzzy, sleepy, moldymoisi, (qui sent le) moisi, aride, bête, bêtement, de façon terne, étroit, terne, vaseux, somnolent, endormi (dʏf)
bijvoeglijk naamwoord
1. met een dof gevoel in je hoofd waardoor je niet goed kunt denken
erg duf
2. levendig niet interessant een klein, duf dorpje