| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.783.340.948 Bezoekers. |
|
duchten |
0,03 sec. |
|
duchten ww duchten (duchtte enk ovt; heeft geducht volt deelw) [ˈdʏxtə(n)] bang zijn voor;= vrezen
de dood duchten te duchten hebben van bang zijn voor; last hebben van Dat bedrijf heeft te duchten van de concurrentie. Vertalingen duchten befürchten, fürchten, sich ängsten, sich ängstigen, zagen duchten beafraidof, fear duchten avoir peur, craindre, redouter duchten temer Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|