drukte

Thesaurus
Vertalingen

drukte

activity, gusto, spirit, stir, zest, hoo-ha, fussvigueur, agitation, animation, cohue, remue-ménage, affaire, embarras, façons, foule d'occupations, bruit, foin, fracas, comédie, presse, embouteillage, encombrement, mouvement, tapage, bousculade, chichisضَجَّةpovykpostyrGetueαναταραχήalborotohössötyssitničavosttrambusto大騒ぎ안달하기oppstusszamieszanieconfusão, escândaloсуетаtjafsความวุ่นวายyaygarasự om sòm忙乱 (ˈdrʏktə)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud
1. situatie dat je het druk (2,2) hebt Ik kom nooit op tijd door die drukte heen.
2. rust situatie dat het druk (2,1) is In alle drukte op het strand ben ik mijn kind kwijtgeraakt.