droom

Thesaurus
Vertalingen

droom

Traumdream, daydreamrêve, songeόνειροsueñoحُلْمsendrømunisansognodrømsensonhoсонdrömความฝันdüşgiấc mơ (drom)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud dromen
1. wat je lijkt mee te maken tijdens je slaap, als je droomt een boze droom
2. wat je graag wilt Mijn droom is een wereldreis maken.
3. <dat zeg je als je iets heel mooi vindt> een droom van een huis