drijven

Vertalingen

drijven

treiben, anfeuern, jagen, schwimmen, vor sich hertreiben, schwebenfloat, drift, shoo, swim, beadrift, chase, drive, driveon, impel, moveflotter, pousser, dériver, nager, pourchasser, poursuivre, amener à, faire avancer, (sur)nager, chasser (devant soi), être inondé/trempé jusqu'aux os, inciter (qn. à), planer [air]flotarfanno il bagno, nuotare, fluttuare, galleggiareيَسْبَحُ في الهَوَاء, يَطْفُوplout, vznášet seflyde, svæveεπιπλέω, πλέωkellua, lipualebdjeti, plutati浮かぶ, 浮く떠가다, 뜨다flyte, svevepopłynąć, wznosić sięflutuarдержаться на поверхности, подниматьсяflyta, svävaลอย, ลอยบนผิวน้ำหรือในอากาศsüzülmek, yüzdürmeknổi, trôi lềnh bềnh飘浮 (ˈdrɛivə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd dreef , voltooid deelwoord is, heeft gedreven
1. zinken op het water blijven liggen De boot is lek, maar drijft nog.
2. heel erg nat zijn Ik drijf van de regen.
3. (naar een plaats) jagen koeien de wei in drijven