dreun

Vertalingen

dreun

coup violent, grondement, coup, pâtée, psalmodiebelt, smash (drøn)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. harde klap iemand een dreun in zijn gezicht geven De voetbalclub kreeg een zware dreun te verwerken.
2. hard geluid met een zware dreun op de grond vallen