drank

Thesaurus

drank:

spiritualigedistilleerd,
Vertalingen

drank

Getränk, Spirituosen, Trankbeverage, booze, alcohol, drink, liquor, spirits, strongdrinkboisson, consommation, alcool, boisson alcoolique, potionbebidaacquavitenápojποτό (drɑŋk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. vloeistof die bedoeld is om te drinken Melk is een gezonde drank.
2. drank (1) met alcohol sterke drank zoals cognac, whisky, jenever
verslaafd zijn aan alcoholhoudende drank
3. drinkbaar medicijn hoestdrankje