drang

Vertalingen

drang

Andrang, Andrift, Antrieb, Drang, Druck, Drücken, Impuls, Pressen, Stoß, Triebimpulse, access, impetus, pressure, pushpression, impulsion, incitation, oppression, poussée, tendance (à), entraînement, maladie (drɑŋ)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
sterke behoefte de drang om naar huis te gaan dadendrang