dragen

Vertalingen

dragen

tragen, aushalten, austragen, stemmen, unterhalten, unterstützen, ertragen, nehmenbear, carry, wear, suffer, abet, abide, carryout, endure, putupwith, support, sustain, fruition, takeporter, supporter, appuyer, maintenir, avoir, rapporter, soutenir, prendreφέρω, ανέχομαι, μεταφέρω, παίρνω, φορώнести, носитьorso, indossare, portareيَأْخُدُ, يَحْتَمِلُ, يَحْمِلُ, يَرْتَدِيnést, nosit, vzít sibære, have på, tagellevar, llevar puesto, portar, soportar, osokantaa, ottaa, pitää ylläännositi, odnijeti・・・を持っていく, 支える, 身に着けている, 運ぶ...을 운반하다, 가지고 가다, 받치다, (옷을) 입다bære, ha på (seg), tanieść, nosić, przenieść, wziąćcarregar, levar, vestir, ursobära, ha på sig, ta medขนส่ง, ทน, นำไป, สวมใส่giymek, götürmek, taşımakchịu đựng, lấy, mặc, mang, 穿, 负担, 运送, דובмечка (ˈdraxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd droeg , voltooid deelwoord heeft gedragen
1. zo meenemen dat (iets) de grond niet raakt de boodschappen dragen
2. aan je lichaam hebben een broek dragen een bril dragen