doorstaan

(doorverwezen van doorstond)
Thesaurus
Vertalingen

doorstaan

aushalten, ausstehen, dulden, erdulden, erleiden, ertragen, leiden, überlebenabide, bear, endure, putupwith, suffer, survive, standendurer, soutenir, souffrir, supporter, subir, soutenir [comparaison], traverser, survivre à (dorˈstan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd doorstond , voltooid deelwoord heeft doorstaan
(iets ernstigs) meemaken en weer herstellen een ziekte doorstaan