doorslaan

Thesaurus
Vertalingen

doorslaan

talk (ˈdorslan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd sloeg door , voltooid deelwoord is doorgeslagen
1. te ver gaan Hij oefent nu wel tien uur op een dag. Hij slaat echt door.
2. een misdaad bekennen Na een urenlang verhoor sloeg de verdachte door.
3. de elektriciteit is uitgevallen door overbelasting of kortsluiting
4. iemand verliest helemaal zijn zelfbeheersing De stoppen sloegen helemaal door bij hem. Hij sloeg alles kapot.