doorbraak

Thesaurus

doorbraak:

doorbrekendoorbreking,
Vertalingen

doorbraak

percée, rupture, brèchebreakthroughפריצת דרך突破пробивsvoltaпрорыв突破przełomavanceεπανάστασηgenombrottDurchbruchgennembrud (ˈdorbrak)
zelfstandig naamwoord meervoud -braken
1. keer dat iets door breken kapot gaat de doorbraak van de dijk
2. plotseling succes de doorbraak van een zanger