door

Vertalingen

door

(dor)
bijwoord
1. van de ene kant naar de andere kant Ik kan de straat niet door als dat hek er staat.
2. gedurende (de genoemde tijd) de hele dag door sigaretten roken
als het even niet regent tussen de buien door boodschappen doen
3. helemaal door en door nat zijn

door

(dor)
voorzetsel
1. van de ene kant naar de andere kant door een deuropening gaan door het raam kijken
2. <je gebruikt dit woord als iets gemengd wordt met iets anders> peper door de saus doen
3. als gevolg van Door de mist konden we de weg bijna niet meer zien.
4. <in een passieve zin geeft dit woord aan wie of wat iets doet> Bij dat klusje ben ik door mijn buurman geholpen. Het land is door de zee overstroomd.

door

durch, anläßlich, halber, hindurch, kraft, mit, mittelst, quer mitten, um ... willen, vermittels, von, wegen, beiby, through, with, becauseof, bymeansof, for, forsakeof, on, onaccountof, owingto, afterpar, à travers, à cause de, au moyen de, de, dans, tout, tout à faitсквозь, силами, черезبِواسِطَة, خِلَالpřes, uaf, gennemδιαμέσου, παράporkautta, läpikroz, odattraverso, da・・・によって, ・・・を通って...곁에서, ...을 통과하여gjennom, vedprzezpor, através degenom, vidโดย, ผ่านไปiçinden, tarafındanbởi, xuyên qua在...旁边, 通过 (dor)
voegwoord
<je gebruikt dit woord als iets een middel is om iets te doen. Je kunt je examen alleen halen door hard te studeren.