doof

Vertalingen

doof

taubdeafsourdглухойsordo, gòmenaأَصَمّhluchýdøvκουφόςsordokuurogluh耳の聞こえない귀가 들리지 않는døvgłuchysurdodövหูหนวกsağırđiếc耳聋的глух (dof)
bijvoeglijk naamwoord
1. als je slecht of helemaal niet kunt horen Oude mensen worden vaak doof.
2. als je iets niet wilt horen of niet wilt luisteren doof zijn voor omgevingslawaai doof zijn voor goede raad