dood

Vertalingen

dood

(dot)
zelfstandig naamwoord meervoud
leven einde van het leven Er zijn mensen die geloven in een leven na de dood.
sterven In een oorlog vinden veel mensen de dood.
begrijpen dat je gaat sterven
zo ziek zijn dat je over een tijdje doodgaat
heel erg bang zijn voor iets of iemand Hij is als de dood voor spinnen.

dood

tot, Tod, entseelt, gestorben, verstorbendead, deathmort, inerte, décédé, décès, crevé, fin, disparition, tombe, inaniméνεκρός, θάνατοςmuerto, defunción, muertesurnudhalottmortuusmorte, mortomorte, mortoمُتَوَفًّى, مَوْتmrtvý, smrtdødkuolema, kuollutmrtav, smrt死, 死んだ죽은, 죽음død, dødsfallmartwy, śmierćсмерть, мертвый, мёртвыйdödความตาย, ตายแล้วölü, ölümcái chết, chết死亡, 死的смърт死亡מוות (dot)
bijvoeglijk naamwoord
1. die of dat niet meer leeft Mijn vader is al tien jaar dood. een dode boom doodbloeden morsdood
in een heel slechte toestand zijn Dat bedrijf is op sterven na dood.
ik weet het niet
2. niet levendig Het is hier een dooie boel
3. <als versterkend woord: 'dooie'>
helemaal niet Hij is om om de dooie dood niet stom.
helemaal alleen
4. niet meer weten hoe het verder moet Het onderzoek naar de moord zit op dood spoor.