dol

Vertalingen

dol

berauscht, betrunken, irre, rasend, stürmisch, toll, trunken, verrückt, wahnsinnig, wütendcrazy, furious, insane, mad, rabid, drunk, foolish, intoxicated, nutsaberrant, abracadabrant, fou, furieux, agité, ivre, enragé [chien], follement, fou/fol/folle, frénétiquementαποκλίνωνarrabbiato, cattivo, pazzoдолDOLDOL多尔多爾Doldolдол (dɔl)
bijvoeglijk naamwoord
1. als je niet goed meer kunt denken dol van de pijn zijn
van opwinding wild en uitgelaten zijn Door alle cadeautjes waren de kinderen door het dolle heen.
2. lachwekkend een dol verhaal
dit is te gek