doel

Thesaurus
Vertalingen

doel

Ziel, Zweck, Absicht, Plan, Sache, Tor, Zielscheibegoal, purpose, aim, intention, meaning, plan, target, cause, purport, objectivebut, dessein, intention, propos, cause, objectif, fin, ciblecausa, meta, objetivo, propósitoгол, ворота, задача, мишень, цельprogettare, progetto, causa, obiettivo, porta, scopoغَرَض, قَضِيَّة, هَدَف, هَدَفٌcíl, gól, terč, účel, věcformål, mål, sagσκοπός, στόχοςasia, maali, maalitaulu, tähtäys, tarkoitus, tavoitecilj, gol, meta, svrhaゴール, 大義, 標的, 目的겨냥하기, 골, 목적, 이상, 표적formål, mål, målsetning, sakcel, motyw, obiektywnyalvo, causa, gol, objetivo, propósitosyfte, mål, sakเป้าหมาย, จุดหมาย, ประตู, วัตถุประสงค์amaç, gol, hedefkhung thành, mục đích, mục tiêu, sự nghiệp目标, 事业, 目的יעד目標 (dul)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
1. iets dat je probeert te realiseren Ik stel me ten doel volgend jaar mijn examen te halen. je doel bereiken reisdoel
niet kunnen realiseren wat je wilt, doordat je overdrijft Die maatregel schiet zijn doel voorbij: de situatie verandert niet.
2. sport plaats waar de bal moet komen in een balspel De voetballer schiet de bal in het doel.