docent

Thesaurus
Vertalingen

docent

(doˈsɛnt) mannelijk meervoud -en

docente

Dozentchargé/-ée de classe, conférencier, ière, professeur/-eureprofesornauczyciel老师učitelopettajainsegnanteprofessorמורהครูteacherδάσκαλος老師lærerучительучител先生lärare (doˈsɛntə) vrouwelijk meervoud -n, -s
zelfstandig naamwoord
iemand die onderwijs geeft een docent Nederlands