direct

Thesaurus

direct:

ongezoutenrechtstreeks, onmiddellijk, meteen,
Vertalingen

direct

(dɪˈrɛkt)
bijwoord
zonder te wachten Je moet direct komen.

direct

direkt, aufrecht, gerad, gerade, geradeaus, geradeswegs, geradezu, gradlinig, unmittelbardirectly, direct, straight, straighahead, immediate, immediatelydirect, directement, immédiat, debout, droit, sans détour, bientôt, immédiatementpari, direttoمُبَاشِرَةًpřímýdirekteάμεσοςdirectosuoraizravan率直な직행의direktebezpośrednidiretoпрямойrättframตรงไปkestirmetrực tiếp直接的ישיר (diˈrɛkt)
bijvoeglijk naamwoord
zonder dat er iets tussen zit direct licht
een treinreis zonder op een andere trein te moeten overstappen
taal waarbij je meteen zegt wat je wilt Sommige mensen vinden directe taal niet prettig.