| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.782.074.732 Bezoekers. |
|
dik |
0,01 sec. |
|
dik bn dik [dɪk]
1 met een grotere omvang dan normaal; dun een dik boek een dikke boom Als mensen te veel eten worden ze dik. een dikke jas tegen de kou 2 (van vloeistoffen) minder vloeibaar dan normaal; dun een dikke saus 3 (van gas en lucht) dichter dan normaal en daardoor zichtbaarder; zwaar dikke rook dikke mist dikke regenwolken 4 belangrijker lijkend dan het is;= gewichtig dik doen een dikke auto dik onder het stof zitten bedekt zijn met een dikke laag stof een dikke keel gezwollen door verkoudheid er dik bovenop liggen heel duidelijk zijn wat de bedoeling is Het ligt er dik bovenop dat hij ons weg wil hebben. je dik maken over iets boos worden over iets het zit er dik in dat ... het is heel waarschijnlijk dat ... dikke vrienden mensen die elkaar erg aardig vinden Vertalingen dik dense, épais, gras, gros, abondamment, enflé, épais/épaisse, grand, gros/grosse, large, largement, très, corpulent, fort, obèse, gras/grasse, consistant dik impermabile, grasso, spesso dik tlustý dik fed, tyk dik lihava, paksu dik debeo, gust dik 厚い, 太った dik 두꺼운, 살찐 dik tykk dik gruby dik толстый dik tjock dik หนา, อ้วน dik béo, dày Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|