dik

Vertalingen

dik

dick, dicht, feist, fett, fettig, gedrängt, geil, geschlossen, dickflussigthick, fat, corpulent, dense, greasy, bold, concentrated, fatty, roundgros, épais, dense, épais/épaisse, gros/grosse, gras, abondamment, enflé, grand, large, largement, très, consistant, corpulent, fort, obèse, gras/grasse, visqueuxgordo, grueso, espesoimpermabile, denso, grasso, spessoثَخِيـن, سَمِيك, سَمِيـنhustý, tlustýfed, tykπαχύρευστος, παχύς, χοντρόςlihava, paksudebeo, gust厚い, 太った, 濃い걸쭉한, 두꺼운, 살찐tykkgęsty, grubygordo, grossoтолстый, густойtjockข้น, หนา, อ้วนkalın, şişman, yoğunbéo, đặc sệt, dày厚的, 浓的, 肥的 (dɪk)
bijvoeglijk naamwoord
1. dun met een grotere omvang dan normaal een dik boek een dikke boom Als mensen te veel eten worden ze dik. een dikke jas tegen de kou
bedekt zijn met een dikke laag stof
gezwollen door verkoudheid
2. dun (van vloeistoffen) minder vloeibaar dan normaal een dikke saus
3. (van gas en lucht) dichter dan normaal en daardoor zichtbaarder dikke rook dikke mist dikke regenwolken
4. belangrijker lijkend dan het is dik doen een dikke auto
5. heel duidelijk zijn wat de bedoeling is Het ligt er dik bovenop dat hij ons weg wil hebben.
6. boos worden over iets
7. het is heel waarschijnlijk dat ...
8. mensen die elkaar erg aardig vinden