diepgang

Thesaurus

diepgang:

waterverplaatsingholte,
Vertalingen

diepgang

profondeur, tirant d'eau, épaisseur, tirant d’eaudraft (ˈdipxɑŋ)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. (van een schip) afstand waarmee een boot onder water zakt Deze motorboot kan hier niet varen omdat de diepgang te groot is.
2. weinig inhoud hebben; niet veel niveau hebben een leuke film, maar met weinig diepgang