dichten

Vertalingen

dichten

pfropfen, stopfen, verstopfen, zustopfenclog, block, plugup, stopupboucher, raccommoder, mastiquer (ˈdɪxtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd dichtte , voltooid deelwoord heeft gedicht
1. dicht maken een gat dichten
2. gedichten schrijven een sinterklaasgedicht dichten