dicht


Zoekopdrachten gerelateerd aan dicht: dichten
Thesaurus

dicht:

sluit
Vertalingen

dicht

(dɪxt)
bijvoeglijk naamwoord
open waar niets in of doorheen kan gaan een dichte deur slapen met dichte gordijnen Na zes uur is de winkel dicht.

dicht

dicht, fest, gedrängt, geschlossen, kompakt, massig, zuclosed, compact, dense, thick, concentrated, shut, crassdense, fermé, (tout) près de, clos, épais/épaisse, serrécortochiuso, impermabileзакрытьסגורLuk關閉关闭SuljeZavřítปิดfecharإغلاق閉じる닫기 (dɪxt)
bijwoord
met weinig ruimte ertussen Het is koud en daarom staan we dicht bij elkaar. De bomen staan dicht op elkaar.