deuk

Vertalingen

deuk

bosse, coup, renfoncementdent, impressionاِنْبِعاجpromáčknutíbuleDelleβαθούλωμαabolladuralommoudubinaammaccaturaへこみ움푹 패인 곳hakkwklęśnięcieamasso, amolgadelaвмятинаbucklaรอยบุ๋มgöçükvết lõm凹痕 (døk)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. plek die naar binnen gebogen is door een harde stoot een deuk in je auto laten uitdeuken
2. heel erg lachen