denken

Vertalingen

denken

denken, findenthink, makepenser, croire (que), penser (à), réfléchir (à), juger, croire, diremyslet, myslet si, přemýšletpensar, creer, opinarluulla, olla, ajatellaसोचनाmislitifinnastpensare考える, 思う, 意図するsynes, tenkemyśleć, pomyślećpensar, achargândiдумать, полагатьmisliti, мислитиanse, tycka, tänkasanmak, düşünmekسوچناσκέφτομαι, νομίζωيَفْكِرُ, يُفَكِّرُ فيtænke, tænke på생각하다คิด, คิดพิจารณาnghĩ, suy nghĩ思考 (ˈdɛŋkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd dacht , voltooid deelwoord heeft gedacht
1. je verstand laten werken rustig zitten denken over een probleem
iemand op een idee brengen
2. een mening hebben Ik denk dat hij morgen wel komt. Ik weet niet zeker of het feest doorgaat, maar ik denk het wel.