degene

Thesaurus

degene:

diegene
Vertalingen

degene

das, der, derjenige, die, jenerthat, thatone, yondercelui/celle, ceux/celles, celui/celle/ceux/cellesosobaлице (dəˈgenə)
voornaamwoord
de persoon Degene bij wie je moet zijn loopt net het kantoor uit. John is degene die vandaag op de kinderen past.