deelnemen

Thesaurus
Vertalingen

deelnemen

teilnehmen, beteiligen, mitmachenparticipate, share, takepart, partakeparticiper, prendre part, partager (qc), participer (à)يَشتَرِكُ فِيúčastnit sedeltageσυμμετέχωparticiparosallistuasudjelovatipartecipare参加する참가하다deltawziąć udziałparticiparучаствоватьdeltaมีส่วนร่วมkatılmaktham gia参与 (ˈdelnemə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nam deel , voltooid deelwoord heeft deelgenomen
meedoen of meewerken (aan iets) deelnemen aan de verkiezingen