| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.669.226 Bezoekers. |
|
wind |
0,01 sec. |
|
wind zn m wind (-en mv) [wɪnt]
1 voelbare horizontale luchtstroming buiten westenwind een harde/straffe wind 2 (stinkende) lucht die hoorbaar ontsnapt uit je darmen;= scheet een wind laten de wind mee hebben voorspoed hebben Het gaat mij voor de wind. ik heb veel voorspoed in de wind slaan (van advies/raad) afwijzen de wind van voren krijgen zware kritiek krijgen iemand de wind uit de zeilen nemen wat iemand anders wilde doen, zelf eerder doen met alle winden mee waaien steeds weer een andere mening verkondigen, naargelang dat zo uitkomt in/door weer en wind onder barre weersomstandigheden uit de wind op een plek waar je de wind niet voelt van de wind leven van weinig geld leven De wind steekt op. het begint te waaien De wind gaat liggen. het houdt op te waaien Oh, waait de wind uit die hoek? oh, gaat het zo? de wind eronder hebben veel gezag hebben een uur in de wind stinken heel erg stinken Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|