| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.674.506 Bezoekers. |
|
steken |
0,02 sec. |
|
steken ww steken (stak enk ovt; heeft gestoken volt deelw) [ˈstekə(n)]
1 (iemand) met iets scherps verwonden De man is in zijn rug gestoken met een mes. Ik ben door een wesp gestoken. 2 erg pijn doen een stekende wond 3 in genoemde toestand brengen een huis in brand steken je handen in je zakken steken bollen in de grond steken 4 (tijd, geld) besteden aan meer geld steken in hersenonderzoek tijd steken in het bijhouden van je vak de koppen bij elkaar steken samen overleggen blijven steken niet verder komen dan;= vastzitten blijven steken in goede voornemens het steekt niet zo nauw het hoeft niet heel nauwkeurig Of je het vlees wat langer of korter laat sudderen, steekt niet zo nauw. Vertalingen steken appliquer, introduire, mettre, piquer, poser, blesser, blesser (avec un objet pointu), enfoncer, être, être coincé (qp), se trouver, élancer, poignarder steken يلدغ steken štípnout steken stikke steken κεντρίζω steken picar steken pistää steken ubosti steken 刺す steken 쏘다 steken stikke steken użądlić steken picar steken жалить steken svida steken กัด steken sokmak steken đốt steken 刺 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|