| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.092.656 Bezoekers. |
|
baas |
0,01 sec. |
|
baas zn m / v baas (bazen mv), bazin (-nen mv) [bas, baˈzɪn]
1 iemand die de leiding heeft;= leider er kan er maar één de baas zijn 2 eigenaar de baas van de winkel de baas van het hondje iemand de baas zijn iets beter kunnen dan de ander de baas spelen doen alsof je de leider bent Thesaurus baas: leidinggevende, chef Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|