| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.785.162.002 Bezoekers. |
|
doen |
0,01 sec. |
|
doen ww doen (deed enk ovt; heeft gedaan volt deelw) [dun]
1 een handeling verrichten;= uitvoeren;= handelen Wat ben je aan het doen? een boodschap doen lief tegen iemand doen 2 (op een plaats) brengen een zakdoek in je zak doen kaas op je boterham doen 3 in orde maken de kamer doen je haar doen 4 ervoor zorgen dat iets gebeurt;= veroorzaken Dat afstapje deed hem vallen. er is niets aan te doen het kan niet anders, je moet dit accepteren iets van iemand gedaan krijgen zorgen dat iemand iets doet dat jij wilt Ik kreeg van hem gedaan dat hij me naar huis bracht. het met elkaar doen seks hebben met elkaar;= vrijen het doen werken;= functioneren De lamp doet het niet. Na de reparatie doet de printer het weer. dat doet me ... ik ervaar dat als ... Zijn hartelijkheid doet me goed. Zijn vrolijkheid doet me plezier. Ze doen maar. ik laat me er niet door beïnvloeden Wie doet me wat? wie kan me tegenhouden? Thesaurus Vertalingen doen agieren, anfertigen, handeln, herstellen, leiten, machen, tun, veranlassen, verfahren, vorgehen, wirken, zurücklegen doen agir, construire, fabriquer, faire, opérer, poser, rendre, accomplir, activité, conduite, exécuter, fonctionner, marcher, mettre, se conduire, appliquer doen يَفْعل doen udělat doen gøre doen κάνω doen tehdä doen učiniti doen ・・・をする doen (...을) 하다 doen gjøre doen zrobić doen fazer doen делать doen göra doen ทำ doen yapmak doen làm doen 做 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|