dat


Zoekopdrachten gerelateerd aan dat: data
Vertalingen

dat

(dɑt)
voornaamwoord
1. <je gebruikt dit woord als je iets aanwijst> Ik vind dit schilderij mooier dan dat schilderij.
2. <je gebruikt dit woord als je naar iets wijst dat niet dichtbij is> In dat witte huis aan het eind van de straat woont mijn opa.
3. <je gebruikt dit woord als je over iets praat dat al eerder gezegd is> Heb je een griepje? Dat is niet zo erg.
4. <je gebruikt dit woord als je meer wilt zeggen over iets of iemand> Het paard dat daar in de wei staat, is van mij.

dat

das, daß, der, derjenige, die, dies, jener, jenes, welche, welcher, welches, wen, wer, diesethat, those, who, what, which, that...overthere, thatone, thatoneoverthere, thatovertherece, cela, que, ça, celui, c', qu', qui, (dire) que, ce [être], celle, celle-là, celui-là, cet, cette, parce que, qui/que, lequel/laquelle/lesquels/lesquelles, considérer que, ce/c'/ç', ce/cet/cette, ceux-làeso, ese, ése, esos, ésos, queэто, те, чтоche, quelli, quelloأَنَّ, ذَلِك, ذَلِكَ, هَؤُلَاءِtamta, tamty, to, žeat, de, det, somαυτός, εκείνοι, εκείνος, ότιettä, nuo, tuojer, ono, ovaj, to・・・ということ, あれ, それら...이라는 것, 그것들, 저 사람, 저것, 저것de, den, det, somtamci, tamten, żeaquele, aquele, aqueles, aqueles, queatt, de där, den därเพราะว่า, เหล่านั้น, คนหรือสิ่งนั้น, นั้นbu, ki, şunları, şunuđiều đó, đó, những người/vật đó, rằng引导宾语从句的关系代词, , 那个, 那些 (dɑt)
voegwoord
1. <je gebruikt dit woord als je een tweede zin in de zin begint> Ik denk dat ik vanmiddag naar huis ga. Het is zeker dat iedereen komt.
2. <je gebruikt dit woord als je een beetje opgewonden bent> Vies dat het daar is!