| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.309.162 Bezoekers. |
|
dak |
0,02 sec. |
|
dak zn onz dak (-en mv) [dɑk] bovenkant (van een gebouw of een voertuig zoals een auto)
Huizen hebben een puntdak of een plat dak. uit je dak gaan heel erg blij zijn en dat duidelijk laten merken Toen ik die prijs won, ging ik helemaal uit mijn dak. het gaat van een leien dakje het gaat goed en makkelijkiets van de daken schreeuwen iets aan iedereen vertelleniets op je dak krijgen de schuld krijgen van iets Thesaurus Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|