daglicht

Thesaurus

daglicht:

zonlicht
Vertalingen

daglicht

daylight(lumière du) jourφως (ˈdɑxlɪxt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
licht als het dag is Vanmorgen bij daglicht werd de schade pas goed zichtbaar.
dat is niet goed; daar is iets verkeerd
slechte dingen over iemand vertellen