contactlens

Thesaurus

contactlens:

lens
Vertalingen

contactlens

(kɔnˈtɑktlɛns)
zelfstandig naamwoord meervoud -lenzen
lensje van kunststof voor je oog om beter te kunnen zien Ik heb mijn bril nu niet op, want ik heb mijn contactlenzen in.