contact

Thesaurus

contact:

voeling
Vertalingen

contact

Kontakt, Berührung, Haftungcontact, connection, exposurecontact, communication, entente, relationscontactoاِتِّصَالkontaktkontaktεπαφήyhteyskontaktcontatto連絡접촉kontaktkontaktcontacto, contatoотношенияkontaktการติดต่อtemassự liên hệ联络контактאיש קשר (kɔnˈtɑkt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
1. keer dat je iemand ziet of spreekt Tot de volgende keer; we houden contact. contact per e-mail of per telefoon We zien elkaar nooit meer; het contact is verbroken.
zorgen dat je met iemand kunt praten Wilt u zo vriendelijk zijn contact op te nemen met de klantenservice?
kennis maken met iemand
2. keer dat je aangeraakt wordt seksueel contact Als je ogen in contact komen met een bijtende vloeistof, moet je meteen naar de dokter gaan.
3. startslot (van een auto) je autosleutel in het contact steken om te starten