constant

Thesaurus

constant:

onveranderlijk
Vertalingen

constant

ständig, beständig, fest, immer, konstant, stätig, stetig, stets, unablässig, dauerndconstant, constantly, continual, permanent, lasting, steady, sustained, levelconstant, constamment, continuel, continuellement, invariable, permanentdurabile, fisso, permanente, costante, costantementeبِاسْتِمْرَار, مُسْتَمِرّneustále, neustálýkonstantδιαρκώς, συνεχήςconstante, constantementejatkuva, jatkuvastistalan, stalno絶えず, 絶えず続く계속, 연속적인kontinuerlig, vedvarendestale, stałyconstante, constantementeпостоянно, постоянныйkonstantเกิดขึ้นตลอดเวลา, ที่เกิดขึ้นตลอดเวลาsabit, sürekliliên tục不断地, 不断的 (kɔnˈstɑnt)
bijvoeglijk naamwoord
1. hetzelfde blijvend, niet veranderlijk met constante snelheid rijden
2. aldoor maar door; voortdurend iemand constant plagen